Gemeenten moeten letterlijk meer ruimte geven aan grote bomen. Dat zal een van de aanbevelingen zijn uit het promotieonderzoek van Robert van Dongen die dit jaar promoveert aan de Eindhoven University of Technology (TU/e). Van Dongen, lecturer aan de Breda University of Applied Sciences (de voormalige NHTV), richt zich in zijn onderzoek op de vraag hoe we beter om kunnen gaan met stedelijk groen.

Dit artikel is eerder verschenen in vakblad GroenWord abonnee van Groen

Een van de conclusies uit  het onderzoek van Robert van Dongen is dat mensen in een stedelijke omgeving bomen heel belangrijk vinden, die worden hooggewaardeerd. En dan met name grote bomen, bomen die boven de nok van een standaardwoning uitkomen. Over kleine bomen zijn mensen ook positief, maar minder. Daarna komen bloemen, heggen, gras en verticaal groen.

Urban green
De voortgaande trek naar de steden leidt er toe dat volgens Van Dongen in 2050 zo’n twee derde van de wereldbevolking in steden woont. Steden hebben blijkbaar een sterke aantrekkingskracht en zijn tegelijk plekken die veel (mentale) druk op mensen leggen; gevaar, stank, herrie, eindeloze visuele indrukken en sociale druk zorgen voor stress. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat natuur stress kan verminderen doordat het helpt ontspannen. Natuur in de stad – urban green – kan dus veel goeds doen op de plek waar het ook hard nodig is, maar groen heeft in de stad weinig plek, zowel fysiek als budgettair.

Groenbeheer
Nederland kent volgens Van Dongen een lange traditie van groenstedelijk ontwerp, zowel qua stadsparken als straatgroen. Omdat uit wetenschappelijk onderzoek steeds duidelijker wordt dat groen in de stad naast een stressreducerend effect een relatie heeft met klimaatadaptatie en verkoeling, krijgt de implementatie van urban green in de straat en in de wijk steeds meer aandacht. Dat is wel een enorme opgave gezien de sterke stedelijke ontwikkeling, het onder druk staan van het beschikbare budget voor groenbeheer en het diffuse zicht op de economische baten van het groen in de stad.

Straatgroen
In zijn onderzoek ‘Optimizing the Urban Greenscape’ heeft Van Dongen zich beperkt tot straatgroen. ‘Straatgroen heeft wat de baten van groen betreft veel potentie; er is veel van en je komt het zodra je het huis verlaat vaak tegen. Onbewust kom je er veel mee in contact.’ Uit eigen ervaring weet Van Dongen dat het bewust opzoeken van groen in de stad, zoals bijvoorbeeld een park  niet bij iedereen vaak gebeurt. ‘Ik ben best wel een “groene” jongen. Ik woon in het centrum van Eindhoven, heb een klein tuintje, maar neem desondanks zelden de gelegenheid om een park in te gaan. De stap om natuur op te zoeken in een park is voor sommige stedelingen met mij, toch groot. Nu is bekend dat natuur goed is voor de mensen, dus ik vroeg mij af hoe we de natuur naar de stad kunnen brengen, bijvoorbeeld door de woonstraten te vergroenen. Ik heb me in het onderzoek vooral gericht op de psychologische aspecten van natuur zoals een betere concentratie en je meer ontspannen voelen.’

Virtuele omgeving
Doel van het onderzoek was te zoeken naar ontwerpende oplossingen op straatniveau om de ontspannende effecten van groen maximaal te faciliteren en daarnaast ook de vele andere voordelen van groen in de stad de ruimte te geven zoals verkoeling, verfraaiing en luchtzuivering. Voor het onderzoek heeft Van Dongen op basis van achttien verschillende natuurlijke elementen en ontwerpen, zoals rijen bomen, vlakken bloemen en gevelgroen, een virtuele omgeving gecreëerd van verschillende niet-bestaande, “saaie” straten. Daarin zijn 280 varianten aangebracht van stedelijk groen, zoals bomen, bloemen, heggen, gras en klimop. Van Dongen is bij het onderzoek uitgegaan van het perspectief van passanten en met name van voetgangers. Proefpersonen kregen een beeld van twee straten te zien en hun werd gevraagd welke straat de voorkeur heeft als je je voorstelt dat je naar huis loopt na een vermoeiende dag. Naast een keuze werd aan de respondenten gevraagd een beoordeling te geven van acht straatbeelden. In totaal deden bijna vijfduizend mensen uit Breda, ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Eindhoven mee aan dit onderzoek.

Slim ontwerp
Uit het onderzoek blijkt onder meer dat een slim ontwerp rond bomen in een straat sterk kan bijdragen aan het welzijn van de stedeling. Het effect voor grote bomen is daarbij nog sterker. Een aantal respondenten bleek overigens ambivalent in hun voorkeur is. Bij de mogelijkheid om opmerkingen te plaatsen in de vragenlijsten liet zes procent van de respondenten weten een boom wel mooi te vinden, zolang die maar niet voor hun woning staat. Argumenten zijn onder meer bladval, scheve stoeptegels, minder lichtinval en luizenpoep. Die opmerkingen komen overeen met de resultaten van een kleiner onderzoek dat Van Dongen eerder deed en daar in 2015 een lezing over hield tijdens de Week van de Openbare Ruimte – Ruimte en Groen, getiteld Een boom in de straat is mooi, maar niet bij mij voor de deur!

Voorkeur
‘Daarnaast hebben we een kleiner onderzoek gehouden in een echte omgeving omdat we wilden weten of de resultaten uit het onderzoek met de virtuele straten ook geldig zijn in de echte wereld.’ Circa vijfhonderd Eindhovenaren – voldoende om daar een aantal conclusies uit te kunnen trekken, aldus Van Dongen – hebben op een satellietkaart van hun eigen woonomgeving, binnen een straal van één kilometer én in de gehele bebouwde kom van Eindhoven, een punt gemarkeerd van een groene plek die zij als ontspannend ervaren. ‘De uitkomsten uit het tweede onderzoek komen overeen met die van het eerste onderzoek in een virtuele omgeving.’ Ook uit het tweede onderzoek kwam een sterke voorkeur naar voren voor straten met veel en grote bomen,

In het huidige onderzoek heeft Van Dongen niet gekeken naar de soort bomen. ‘Uit andere onderzoeken blijkt dat loofbomen over het algemeen meer gewaardeerd worden dan naaldbomen. We hebben ook niet gekeken naar de vorm van de bomen, dus plat, breed, bolvormig. We zijn nog bezig met het interpreteren van de uitkomsten, maar het lijkt er wel op dat bijvoorbeeld leeftijd van de respondenten invloed heeft op de keuze.’ Uit de resultaten van het onderzoek blijkt ook dat de respondenten zeggenschap willen bij het gebruik van de materialen en dat zij onderhoud heel erg belangrijk vinden. Dat wil zeggen het opruimen van het gevallen blad, repareren van stoepen die door de wortels omhoogkomen en het opruimen van zwerfafval.

Aanbeveling
Als aanbeveling geeft Van Dongen in zijn te verschijnen onderzoeksrapport onder meer dat landschapsarchitecten zich meer moeten bemoeien met het ontwerp van de stedelijke omgeving en dat er meer ruimte moet komen voor met name bomen. Die ruimte maakt ook dat op lange termijn de eventuele overlast voor mensen kleiner blijft. Het advies aan professionals in de aanleg en het beheer van groen in de stad is om met zorg om te gaan met grote, oude bomen en zo mogelijk de omgeving aan te passen aan de boom in plaats van de boom aan de omgeving. Van Dongen: ‘Koester bestaande, oude bomen. Ontwerp er omheen en ontwikkel een visie hoe ze een mooi, integraal onderdeel kunnen zijn van de stad. Dan kunnen bomen op alle fronten optimaal bijdragen aan het welbevinden van de stedeling.’

Bron:
Vakblad Groen
Tekst:
Hans Bouwman
Foto:
Roel van Dijk