Promovendus Arjan Droste van de Universiteit Wageningen onderzocht het verschil in windgedrag tussen stad en platteland en vond het stedelijk windeilandeffect: meer wind in de stad dan in het buitengebied.

Waarom is het belangrijk om het windgedrag binnen en buiten steden te onderzoeken?
“Nederland is een dichtbevolkt, sterk verstedelijkt gebied: de stad is onze leefomgeving. Het is belangrijk – en gewoon interessant – om te weten wat voor leefomgeving dat is: is het warm, koud, licht, donker, winderig of windstil? Zo kunnen we zien in welke wijken het leefklimaat aangenaam is, en in welke wijken dat verbeterd kan worden omdat er bijvoorbeeld warme plekken of winderige straten zijn. Wind is belangrijk voor onze veiligheid en gezondheid, denk maar aan de windlast op gevels en hoge bebouwing en de verspreiding van vervuiling en fijnstof. Maar wind is ook belangrijk voor comfort: een recreatieplein moet niet pal in de wind staan maar een fris briesje in de stad tijdens hete dagen is juist prettig.”

“De stad staat vol bebouwing, en dat heeft een sterke invloed op het windgedrag: de wind die we meten op een weerstation buiten de stad is niet te vertalen naar de wind in de stad. De wind in de stad is veel grilliger: deze kan verschillen van straat tot straat vanwege de gebouwen en andere blokkades. Het doel van ons onderzoek was om te zien wat er binnen en buiten de stad met de wind gebeurt onder dezelfde omstandigheden: dus wat is het effect van het oppervlak – ofwel de bebouwing – op de wind?”

Wat was de voornaamste uitkomst van het onderzoek?
“We begonnen het onderzoek met de verwachting dat het in de stad altijd minder hard waait. Gebouwen zorgen voor wrijving en dat remt de wind af, dat was onze hypothese.

Lees hier het volledige interview

Bron:
Ruimtelijkeadaptatie.nl