Stichting Steenbreek zet dit jaar het sociale domein centraal in de activiteiten van 2020. Het jaarthema is dan ook: “Samen voor meer groen in de buurt”.

De aanleiding voor dit thema is dat de jury van de Steenbreektrofee eind vorig jaar, na afloop van de beoordelingsronde, concludeerde dat een van de grootste winstpunten in de Steenbreekacties zit in het ontmoeten en samenwerken. Juryvoorzitter Margot Ribberink: ‘Met de jury hebben we de vier genomineerde projecten in Apeldoorn, Den Helder, Nijmegen en Spijk (gemeente Zevenaar) op locatie bekeken. De rode draad van al deze sterk uiteenlopende initiatieven is dat mensen elkaar via de Steenbreekacties treffen, een praatje maken, een barbecue organiseren et cetera. Dit bleek ook bij initiatieven waar eerder flinke spanningen waren tussen jonge en de wat oudere bewoners van een wijk. Het mooie van de Steenbreekacties is dus dat je door samen te werken de betrokkenheid in een buurt versterkt, eenzaamheid probeert tegen te gaan. Daarnaast draagt het ook bij aan een mooie, meer biodiverse en klimaatadaptieve omgeving. Wat wil je nog meer?’

Overige speerpunten
Stichting Steenbreek bestaat dit jaar vijf jaar en is destijds ontstaan vanuit de zorg over de toename van de verstening in de particuliere tuinen en de verschraling van de biodiversiteit die daarmee gepaard gaat. Klimaatadaptatie, denk daarbij aan wateroverlast, droogte en hitte, heeft in de afgelopen jaren ook meer en meer aandacht gekregen in de Steenbreekacties. Nu het sociale domein een jaar lang in de schijnwerpers staat, wil dat niet zeggen dat de andere twee speerpunten geen aandacht krijgen. ‘Juist wel, we blijven aandacht vragen voor biodiversiteit en klimaatadaptatie, alleen vliegen we het dit jaar anders aan’, vertelt voorzitter Wout Veldstra. ‘Hiermee laten we zien dat Steenbreek een integrale actie is die verder gaat dan enkel het vergroenen’.

Bijeenkomsten
Het thema “Samen voor meer groen in de buurt” staat onder meer centraal tijdens de inspiratiedag van 26 maart in Hoeven (Noord-Brabant) en de Nationale Groendag op 15 oktober in Oss.

Een recordaantal deelnemers zagen afgelopen weekend tijdens de Nationale Tuinvogeltelling opvallend veel pimpelmezen. De mees met het blauwe petje eindigt daardoor op de 3e plek, achter de huismus en koolmees. In de zomer werden al forse aantallen pimpelmezen gemeld en dat is nu goed terug te zien in de Tuinvogeltelling. De vink, vorig jaar nog goed voor een 3e plek, zakte naar plaats 7.

Door het milde winterweer is er nog voldoende voedsel in de bossen te vinden. Aan de 17e Tuinvogeltelling deden tot nu toe meer dan 75.000 mensen mee, een record. Deelnemers kunnen nog tot morgen 12 uur hun gegevens invoeren op www.tuinvogeltelling.nl

Pimpelmezen hebben een goed broedseizoen doorgemaakt in Oost-Europa en in combinatie met vermoedelijk voedselgebrek daar, verblijven veel mezen deze winter in de Nederlandse tuinen. Dat was terug te zien in de Nationale Tuinvogeltelling. Waar voorgaande jaren gemiddeld tussen de 2,5 en 3 pimpelmezen in de tuin werden geteld, zitten er dit jaar per tuin gemiddeld meer dan 3 pimpelmezen. Daarmee blijft de pimpelmees de merel voor, die op de 5e plek eindigt. Het aantal merels, nog steeds niet helemaal gevrijwaard van het Usutu-virus, blijft min of meer stabiel ten opzichte van vorig jaar.

Zacht winterweer
Vorig jaar maakte de vink de top 3 compleet, na de huismus en koolmees. Dit jaar heeft de vink een paar plaatsjes moeten inleveren. Waar vinken vorig jaar nog door de sneeuw richting de tuinen werden gedreven, lijken ze nu het bos te verkiezen boven de meer stedelijke omgeving. Door het zachte winterweer werden ook opvallend veel insecteneters als de tjiftjaf en zwartkop gemeld, soorten die normaal gesprokken bij kouder weer afzakken richting België en Frankrijk.

Top 3
Evenals voorgaande jaren is de huismus weer veruit de meest getelde soort. De huismus wordt in minder dan de helft van de tuinen waargenomen, maar omdat mussen in groepen leven zijn ze qua absolute aantallen het vaakst gezien. Nummer twee is de koolmees, die in meer dan 8 van de 10 tuinen werd geteld. De pimpelmees eindigt op plek 3.

Voorlopige top-10
Deelnemers kunnen tot maandag 27 januari 12.00 uur hun telling insturen. Dit is de voorlopige top-10 van zondagmiddag. Tussen haakjes de notering tijdens de Tuinvogeltelling van vorig jaar.

1             Huismus (1)
2            Koolmees (2)
3            Pimpelmees (5)
4            Kauw (6)
5            Merel (4)
6            Vink (3)
7            Turkse tortel (7)
8            Houtduif (8)
9            Roodborst (9)
10         Ekster (10)

Beeld: Hans Peeters

Op 8 februari vindt in De Bult, gemeente Steenwijkerland, de Dag van de biodiversiteit plaats. Steenwijkerland wil samen met inwoners werken aan het versterken van de biodiversiteit in de gemeente.

Deze middag vindt plaats op zaterdag 8 februari 2020 van 12-16 uur bij Buitengoed Fredeshiem, in Steenwijk-De Bult, Eiderberg 2, Steenwijk-de Bult.

Programma
Inwoners kunnen meedoen aan leuke en leerzame werksessies. Bijvoorbeeld over hoe we onze tuin aantrekkelijk kunnen maken voor vlinders. Of hoe we in onze buurt de vogels weer meer gaan horen. Elk thema wordt ingeleid door een interessante spreker. Zij helpen de gemeente op weg om ideeën op te halen en samen plannen te maken. Belangrijk, want biodiversiteit is een onderwerp waar de gemeente graag samen met iedereen die daar belangstelling voor heeft mee aan de slag gaan. Bekijk hier het programma.

Gemeente Steenwijkerland en Provincie Overijssel maken zich samen sterk voor meer natuur in Overijssel. De provincie is als eerste provincie aangesloten bij stichting Steenbreek. De provincie stimuleert bewoners met het programma De Groene Loper Overijssel. De Groene Loper stimuleert, verbindt en versterkt buurtinitiatieven, om zoveel mogelijk mensen te betrekken bij natuur, landschap en biodiversiteit.

In Emmeloord en Zeewolde organiseren Stichting Steenbreek en NL Greenlabel Kenniscafés voor ondernemers werkzaam in de groen, grond en grijze (verharding) sector.

Elk Kenniscafé heeft zijn eigen thema waarvoor verschillende sprekers aanwezig zijn. De avond begint met een inhoudelijke keynote spreker. Tijdens het eerste Kenniscafé wordt ingegaan hoe de tuin klimaatbestendig ingericht kan worden. In de workshop wordt een versteende tuin omgevormd naar een klimaatbestendige tuin. Dit doe je samen met de andere ondernemers.

Het Kenniscafé is bedoeld voor inspiratie, kennisoverdracht en ook om nieuwe contacten te leggen met ondernemers en leveranciers in Flevoland. Het tweede Kenniscafé staat helemaal in het teken van biodiversiteit, circulariteit en waterberging. In Kenniscafé drie is het thema duurzame bedrijfsvoering en hoe je dit onderwerp kunt omzetten tot business en omzet kunt genereren.

Natuurinclusief ontwerpen staat in ons land nog in de kinderschoenen. Toch is het een zeer actueel onderwerp dat twee jaar geleden al uitgebreid werd behandeld in het boek Stadsnatuur maken. Twee van de drie auteurs, Piet Vollaard en Jacques Vink (de derde is Niels de Zwarte) verzorgen op donderdag 30 januari een interactieve masterclass in Amersfoort.

De kennisbijeenkomst bij ELBA\REC in Amersfoort is bedoeld voor belangstellenden die zich in de praktijk bezighouden met het vergroenen van de openbare ruimte en de kennis wil bijspijkeren over de laatste ontwikkelingen. Piet Vollaard is publicist/architect en Jacques Vink is architect. De auteurs zien de stad als een integraal onderdeel van de natuur en pleiten daarom voor natuurinclusief ontwerpen. ‘Onder architecten en stedenbouwers leeft nog het idee: natuur is iets voor buiten de stad. Maar als heel Nederland een stad is geworden, dan is de natuur integraal onderdeel geworden van de stad. Natuur is onderdeel van het stedelijk weefsel, maar wordt grotendeels door ontwerpers genegeerd.’*

Ecologische structuur
Middels natuurinclusief ontwerpen kan de leefbaarheid voor mens en dier, en de biodiversiteit in het stedelijk gebied vergroot worden. Bovendien levert een gezonde ecologische structuur ons ecosysteemdiensten: waterreiniging en -buffering, schonere lucht voor een gezonde woonomgeving met recreatieve en educatieve mogelijkheden en een openbare ruimte en gebouwen met een beter microklimaat. ‘Als je vindt dat de afname van de biodiversiteit ernstig is, erger nog dan de klimaatverandering, dan heb je in de stad ook specifiek beleid nodig. Het ecosysteem in de steden wordt genegeerd, terwijl het de rijkste biotopen van Nederland zijn. Het ecosysteem van de stad is rijk, divers en kwetsbaar.’

Groenbeheer
Bij het groenbeheer pleiten de architecten voor een meer natuurlijk beheer. ‘In plaats van strak gemaaide plantsoenen kun je het ook meer laten groeien en meer wilde bloemen de kans te geven. Dat is voor de insecten weer goed en die worden weer gegeten door vogels.’

Voor Vink en Vollaard gaat het niet zozeer om de vergroening, maar om het meer ecologisch inrichten van de stad. ‘Groen in de stad kan waarde hebben als producerende natuur in de vorm van landbouw, als culturele natuur zoals de parken en als regulerende natuur. In de stad is veel groene ruimte, maar de ecologische betekenis daarvan is vaak gering. Je kunt het groen ook zodanig aanplanten en beheren dat het wel ecologische betekenis heeft. Het ecologische systeem maakt de stad veel gezonder.’

Praktijkcasussen
Vragen die tijdens de bijeenkomst op 30 januari  aan bod komen zijn:

  • Hoe vergroot je de biodiversiteit in de stad? 
  • Welke ecosysteemdiensten (en waarden) kunnen met groen worden bewerkstelligd?
  • Hoe ontwerp je integraal waar ‘natuurinclusief ontwerp’ onderdeel van uitmaakt?
  • Hoe richt je de omgeving zo in zodat de leefbaarheid toeneemt?

Aan de hand van praktijkcasussen in Amersfoort – die samen met David de Vos van bureau Waardenburg worden bezocht – krijgen deelnemers de opdracht om het gebied dat nog volop in ontwikkeling is, volgens de uitgangspunten van Stadsnatuur maken te vergroenen. De verschillende invalshoeken, zoals de ecologie, biodiversiteit, stadsgebonden soorten, stedelijke biotopen en onderhoud staan hierbij centraal. Femke Jochems van Vogelbescherming Nederland geeft op deze dag, in samenwerking met de gemeente Amersfoort, uitleg over de Toolbox Natuurinclusief Bouwen. Deze toolbox is een website voor architecten, gemeenten, projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties waar informatie is te vinden over de verschillende aspecten van natuurinclusief bouwen. Klik hier voor meer informatie.

Aanmelding
Er zijn nog enkele plaatsen vrij voor deze bijeenkomst. Voor een compleet programmaoverzicht en informatie over aanmelding.

(* De citaten van Vollaard en Vink komen uit een artikel dat is verschenen in Vakblad Groen 1 uit 2018)

test

Naar aanleiding van het nieuwsbericht Hoe is het met de verstening van de tuinen in mijn gemeente gesteld? was voorzitter Wout Veldstra 21 januari te gast bij het radioprogramma Thuis op 5.

Wil je het radiofragment beluisteren?

Een aanrader voor alle Steenbreek-adepten: lees het boek Darwin in de stad (Menno Schilthuizen, uitgeverij Atlas Contact). Het boek voert u mee in de overlevingsstrijd van dieren en planten in de stad, van de metromug en de trilspin tot de gifduif en de Japanse duizendknoop. U raakt overtuigd dat de stad geen dooie boel is, maar een divers ecosysteem waarin organismen zich aanpassen en ontwikkelen, en zelfs nieuwe soorten vormen.  Evolutie dus, in snel tempo, op kleine ruimtelijke schaal en aangestuurd door menselijke activiteiten en omstandigheden.

Steenbreek is onderdeel van dit proces. Vergroening van tuinen heeft een gunstig effect op het stedelijk klimaat (water, warmte) en de biodiversiteit. Darwin in de stad is ook een pleidooi voor het natuurinclusief ontwerpen van steden.

Waarnemingen.nl
De koppeling van Darwin met Steenbreek gaat nog een stapje verder. In zijn boek lanceert Menno Schilthuizen de Evoscope. Burgers zijn de beste waarnemers van wat er in een stad gebeurt; zie bijvoorbeeld waarnemingen.nl. De Evoscope heeft tot doel om burgers en wetenschappers te laten samenwerken in de waarneming van evolutie in de stad. De tuinslak is een mooi voorbeeld. Mogelijk zijn tuinslakken met een lichter huisje beter aangepast aan het stedelijke hitte-eiland. Evolueren de stedelijke slakken naar lichtere kleuren? Schilthuizen en zijn collega’s bij Naturalis bouwden een app, de SnailSnap, waarin mensen foto’s van slakken kunnen uploaden. Dat levert ‘’big data’’, die nodig zijn om die vraag te beantwoorden. Zo zijn er meer prachtige mogelijkheden: spinnen die hun web verkassen naar een omgeving met straatlicht, pissebedden die zich aanpassen aan trillingen van vrachtverkeer enz.; schijnpapavers met andere kleurschakeringen: Evoscope is ook een zoektocht naar voorbeelden.

Urban jungle
Evoscope is dus op zoek naar samenwerking met stedelijke burgers met interesse in de ‘’urban jungle’’. Dat past natuurlijk geweldig bij Stichting Steenbreek.  Evoscope is net begonnen als een initiatief van Naturalis Leiden, de universiteiten van Amsterdam en Groningen, de drie gemeentes en een scala van groene organisaties. Steenbreek heeft inmiddels al een enorm netwerk en naamsbekendheid. Het is dus geweldig dat Steenbreek actief meedoet aan de ontwikkeling van Evoscope. IVN doet ook mee: dit is natuurlijk ook prachtig werk voor schoolklassen.

Waarnemen van de stedelijke evolutie is slechts één doel. De slogan van Evoscope is ‘’towards future proof green cities’’. Welke lessen kunnen we trekken uit stedelijke evolutieprocessen voor het ontwerp en het onderhoud van steden? Bijvoorbeeld: moet je exoten intensief bestrijden, horen ze juist thuis in de specifieke stedelijk biotoop, zorgt de evolutie zelf voor een natuurlijke vijand? Hoe betrekken we gemeentes en natuurorganisaties in die discussies? Ook daar ligt in de samenwerking tussen Evoscope en Steenbreek een enorme uitdaging.

De eerste stap voor Evoscope is nu een onderzoeksvoorstel voor de Nationale Wetenschapsagenda. Eind juni 2020 weten we hopelijk of we in de prijzen vallen. Maar ook voordat daarover een besluit valt: uw ideeën zijn meer dan welkom. www.evoscope.nl

Tekst: Karin Ree
Bèta Wetenschapswinkel RU Groningen
c.m.ree@rug.nl

Stichting Steenbreek krijgt middels de zogenoemde kaartviewer van Cobra Groeninzicht uit het Noord-Brabantse Vianen (gemeente Cuijk) een tool in handen waarmee gemeenten die zijn aangesloten bij Steenbreek in een oogopslag zien hoe het met de verstening van de tuinen in hun gemeente is gesteld.

Vrijdagochtend 17 januari besteedde BNR radio aandacht aan Steenbreek en aan de versteningskaarten van Cobra Groeninzicht. Terugluisteren?

Cobra Groeninzicht heeft alle honderd miljoen bomen in Nederland en specifiek de boomkronen en kroonprojecties in kaart gebracht. Directeur Joost Verhagen van Cobra Groenzicht: ‘Als ik het heb over alle bomen, dan bedoel ik ook echt alle bomen. Er is geen onderscheid gemaakt tussen publieke en private ruimten, dus ook de bomen in de tuinen zijn in kaart gebracht. Als je dit weet, weet je ook waar geen bomen en ander groen staat. Deze informatie is voor ons als adviesbureau op groengebied minder interessant, maar voor Stichting Steenbreek des te interessanter.’

Nauwkeurig
In een oogopslag is te zien hoe groen of versteend de tuinen op een bepaalde locatie in een gemeente zijn. Verhagen: ‘Gemeenten die aangesloten zijn bij Steenbreek hebben toegang tot deze kaart. Zij zien hiermee letterlijk hoe het is gesteld met de verharding in de tuinen. Op de kaart (zie screenshot 1, red.) zie je bijvoorbeeld dat wijk 01 in Rheden voor 70 procent is versteend. Het gaat hier om 1121 hectare oppervlakte tuinen. Daarvan is 336 hectare groen en 785 hectare steen. Een gemeente kan daar met haar inwoners met Steenbreekacties aan de slag om het tij te keren. Je kunt aan de hand van deze informatie heel doelgericht en efficiënt te werk gaan. Heel nauwkeurig kunnen de effecten van Steenbreekacties in de gaten worden gehouden. Gemeenten die aanhaken bij Steenbreek kunnen hiermee vooraf concreet hun doelen vaststellen en deze na verloop van tijd analyseren.’

Infraroodwaarde
Indien een gemeente nog meer informatie wil hebben over hoe het is gesteld met de verstening per tuin, kan contact worden opgenomen met Cobra Groeninzicht. Verhagen: ‘Voor de gemeente Nijmegen hebben we dit in kaart gebracht om daarmee te laten zien hoe gedetailleerd deze kaarten zijn. Zo zie je bijvoorbeeld (zie screenshot 2, red.) in de O. C. Huismanstraat dat meerdere tuinen voor 95 procent versteend zijn.’ Dit is onderbouwde informatie. Judith van Hees (specialist geografische informatiesystemen en stedenbouwkundige bij Cobra Groeninzicht) die deze kaarten heeft ontwikkeld, licht dit nader toe: ‘We brengen de tuinen in beeld door de percelen met een woonfunctie te selecteren waaruit we vervolgens alle bebouwing knippen. Op deze manier houden we de voor- en achtertuinen over. Om de verstening te berekenen maken we gebruik van satellietbeelden en stereoluchtfoto’s. Aan de hand van de infraroodwaarde bepalen we voor iedere pixel in de tuin of het vegetatie is of niet. We kunnen met deze beelden tot 25 centimeter nauwkeurig berekenen of er groen aanwezig is.’

Kaart bekijken
Via het intranet van Steenbreek kunnen aangesloten leden bij de stichting deze kaart bekijken. Wie geen inlogcode heeft kan deze opvragen via het secretariaat: info@steenbreek.nl.

Screenshot 1. Gemeente Rheden, verstening per wijk

Screenshot 2 Nijmegen, verstening per tuin

Aan het begin van ieder jaar stelt Stichting Steenbreek een gratis fotopakket met 30 foto’s ter beschikking aan haar leden.

Het pakket is breed samengesteld aan de hand van 30 actuele Steenbreek-onderwerpen. Hiermee bouw je in de loop van tijd een eigen collectie op. De onderwerpen zijn gemakkelijk terug te vinden door de bestandsnamen van de foto’s. De foto’s kunnen door de gemeente onbeperkt gebruikt worden.

Foto’s kunnen via het secretariaat worden aangevraagd (alleen voor aangesloten gemeenten, waterschappen en provincies).