In Emmeloord en Zeewolde organiseren Stichting Steenbreek en NL Greenlabel Kenniscafés voor ondernemers werkzaam in de groen, grond en grijze (verharding) sector.

Elk Kenniscafé heeft zijn eigen thema waarvoor verschillende sprekers aanwezig zijn. De avond begint met een inhoudelijke keynote spreker. Tijdens het eerste Kenniscafé wordt ingegaan hoe de tuin klimaatbestendig ingericht kan worden. In de workshop wordt een versteende tuin omgevormd naar een klimaatbestendige tuin. Dit doe je samen met de andere ondernemers.

Het Kenniscafé is bedoeld voor inspiratie, kennisoverdracht en ook om nieuwe contacten te leggen met ondernemers en leveranciers in Flevoland. Het tweede Kenniscafé staat helemaal in het teken van biodiversiteit, circulariteit en waterberging. In Kenniscafé drie is het thema duurzame bedrijfsvoering en hoe je dit onderwerp kunt omzetten tot business en omzet kunt genereren.

Natuurinclusief ontwerpen staat in ons land nog in de kinderschoenen. Toch is het een zeer actueel onderwerp dat twee jaar geleden al uitgebreid werd behandeld in het boek Stadsnatuur maken. Twee van de drie auteurs, Piet Vollaard en Jacques Vink (de derde is Niels de Zwarte) verzorgen op donderdag 30 januari een interactieve masterclass in Amersfoort.

De kennisbijeenkomst bij ELBA\REC in Amersfoort is bedoeld voor belangstellenden die zich in de praktijk bezighouden met het vergroenen van de openbare ruimte en de kennis wil bijspijkeren over de laatste ontwikkelingen. Piet Vollaard is publicist/architect en Jacques Vink is architect. De auteurs zien de stad als een integraal onderdeel van de natuur en pleiten daarom voor natuurinclusief ontwerpen. ‘Onder architecten en stedenbouwers leeft nog het idee: natuur is iets voor buiten de stad. Maar als heel Nederland een stad is geworden, dan is de natuur integraal onderdeel geworden van de stad. Natuur is onderdeel van het stedelijk weefsel, maar wordt grotendeels door ontwerpers genegeerd.’*

Ecologische structuur
Middels natuurinclusief ontwerpen kan de leefbaarheid voor mens en dier, en de biodiversiteit in het stedelijk gebied vergroot worden. Bovendien levert een gezonde ecologische structuur ons ecosysteemdiensten: waterreiniging en -buffering, schonere lucht voor een gezonde woonomgeving met recreatieve en educatieve mogelijkheden en een openbare ruimte en gebouwen met een beter microklimaat. ‘Als je vindt dat de afname van de biodiversiteit ernstig is, erger nog dan de klimaatverandering, dan heb je in de stad ook specifiek beleid nodig. Het ecosysteem in de steden wordt genegeerd, terwijl het de rijkste biotopen van Nederland zijn. Het ecosysteem van de stad is rijk, divers en kwetsbaar.’

Groenbeheer
Bij het groenbeheer pleiten de architecten voor een meer natuurlijk beheer. ‘In plaats van strak gemaaide plantsoenen kun je het ook meer laten groeien en meer wilde bloemen de kans te geven. Dat is voor de insecten weer goed en die worden weer gegeten door vogels.’

Voor Vink en Vollaard gaat het niet zozeer om de vergroening, maar om het meer ecologisch inrichten van de stad. ‘Groen in de stad kan waarde hebben als producerende natuur in de vorm van landbouw, als culturele natuur zoals de parken en als regulerende natuur. In de stad is veel groene ruimte, maar de ecologische betekenis daarvan is vaak gering. Je kunt het groen ook zodanig aanplanten en beheren dat het wel ecologische betekenis heeft. Het ecologische systeem maakt de stad veel gezonder.’

Praktijkcasussen
Vragen die tijdens de bijeenkomst op 30 januari  aan bod komen zijn:

  • Hoe vergroot je de biodiversiteit in de stad? 
  • Welke ecosysteemdiensten (en waarden) kunnen met groen worden bewerkstelligd?
  • Hoe ontwerp je integraal waar ‘natuurinclusief ontwerp’ onderdeel van uitmaakt?
  • Hoe richt je de omgeving zo in zodat de leefbaarheid toeneemt?

Aan de hand van praktijkcasussen in Amersfoort – die samen met David de Vos van bureau Waardenburg worden bezocht – krijgen deelnemers de opdracht om het gebied dat nog volop in ontwikkeling is, volgens de uitgangspunten van Stadsnatuur maken te vergroenen. De verschillende invalshoeken, zoals de ecologie, biodiversiteit, stadsgebonden soorten, stedelijke biotopen en onderhoud staan hierbij centraal. Femke Jochems van Vogelbescherming Nederland geeft op deze dag, in samenwerking met de gemeente Amersfoort, uitleg over de Toolbox Natuurinclusief Bouwen. Deze toolbox is een website voor architecten, gemeenten, projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties waar informatie is te vinden over de verschillende aspecten van natuurinclusief bouwen. Klik hier voor meer informatie.

Aanmelding
Er zijn nog enkele plaatsen vrij voor deze bijeenkomst. Voor een compleet programmaoverzicht en informatie over aanmelding.

(* De citaten van Vollaard en Vink komen uit een artikel dat is verschenen in Vakblad Groen 1 uit 2018)

test

Naar aanleiding van het nieuwsbericht Hoe is het met de verstening van de tuinen in mijn gemeente gesteld? was voorzitter Wout Veldstra 21 januari te gast bij het radioprogramma Thuis op 5.

Wil je het radiofragment beluisteren?

Een aanrader voor alle Steenbreek-adepten: lees het boek Darwin in de stad (Menno Schilthuizen, uitgeverij Atlas Contact). Het boek voert u mee in de overlevingsstrijd van dieren en planten in de stad, van de metromug en de trilspin tot de gifduif en de Japanse duizendknoop. U raakt overtuigd dat de stad geen dooie boel is, maar een divers ecosysteem waarin organismen zich aanpassen en ontwikkelen, en zelfs nieuwe soorten vormen.  Evolutie dus, in snel tempo, op kleine ruimtelijke schaal en aangestuurd door menselijke activiteiten en omstandigheden.

Steenbreek is onderdeel van dit proces. Vergroening van tuinen heeft een gunstig effect op het stedelijk klimaat (water, warmte) en de biodiversiteit. Darwin in de stad is ook een pleidooi voor het natuurinclusief ontwerpen van steden.

Waarnemingen.nl
De koppeling van Darwin met Steenbreek gaat nog een stapje verder. In zijn boek lanceert Menno Schilthuizen de Evoscope. Burgers zijn de beste waarnemers van wat er in een stad gebeurt; zie bijvoorbeeld waarnemingen.nl. De Evoscope heeft tot doel om burgers en wetenschappers te laten samenwerken in de waarneming van evolutie in de stad. De tuinslak is een mooi voorbeeld. Mogelijk zijn tuinslakken met een lichter huisje beter aangepast aan het stedelijke hitte-eiland. Evolueren de stedelijke slakken naar lichtere kleuren? Schilthuizen en zijn collega’s bij Naturalis bouwden een app, de SnailSnap, waarin mensen foto’s van slakken kunnen uploaden. Dat levert ‘’big data’’, die nodig zijn om die vraag te beantwoorden. Zo zijn er meer prachtige mogelijkheden: spinnen die hun web verkassen naar een omgeving met straatlicht, pissebedden die zich aanpassen aan trillingen van vrachtverkeer enz.; schijnpapavers met andere kleurschakeringen: Evoscope is ook een zoektocht naar voorbeelden.

Urban jungle
Evoscope is dus op zoek naar samenwerking met stedelijke burgers met interesse in de ‘’urban jungle’’. Dat past natuurlijk geweldig bij Stichting Steenbreek.  Evoscope is net begonnen als een initiatief van Naturalis Leiden, de universiteiten van Amsterdam en Groningen, de drie gemeentes en een scala van groene organisaties. Steenbreek heeft inmiddels al een enorm netwerk en naamsbekendheid. Het is dus geweldig dat Steenbreek actief meedoet aan de ontwikkeling van Evoscope. IVN doet ook mee: dit is natuurlijk ook prachtig werk voor schoolklassen.

Waarnemen van de stedelijke evolutie is slechts één doel. De slogan van Evoscope is ‘’towards future proof green cities’’. Welke lessen kunnen we trekken uit stedelijke evolutieprocessen voor het ontwerp en het onderhoud van steden? Bijvoorbeeld: moet je exoten intensief bestrijden, horen ze juist thuis in de specifieke stedelijk biotoop, zorgt de evolutie zelf voor een natuurlijke vijand? Hoe betrekken we gemeentes en natuurorganisaties in die discussies? Ook daar ligt in de samenwerking tussen Evoscope en Steenbreek een enorme uitdaging.

De eerste stap voor Evoscope is nu een onderzoeksvoorstel voor de Nationale Wetenschapsagenda. Eind juni 2020 weten we hopelijk of we in de prijzen vallen. Maar ook voordat daarover een besluit valt: uw ideeën zijn meer dan welkom. www.evoscope.nl

Tekst: Karin Ree
Bèta Wetenschapswinkel RU Groningen
c.m.ree@rug.nl

Stichting Steenbreek krijgt middels de zogenoemde kaartviewer van Cobra Groeninzicht uit het Noord-Brabantse Vianen (gemeente Cuijk) een tool in handen waarmee gemeenten die zijn aangesloten bij Steenbreek in een oogopslag zien hoe het met de verstening van de tuinen in hun gemeente is gesteld.

Vrijdagochtend 17 januari besteedde BNR radio aandacht aan Steenbreek en aan de versteningskaarten van Cobra Groeninzicht. Terugluisteren?

Cobra Groeninzicht heeft alle honderd miljoen bomen in Nederland en specifiek de boomkronen en kroonprojecties in kaart gebracht. Directeur Joost Verhagen van Cobra Groenzicht: ‘Als ik het heb over alle bomen, dan bedoel ik ook echt alle bomen. Er is geen onderscheid gemaakt tussen publieke en private ruimten, dus ook de bomen in de tuinen zijn in kaart gebracht. Als je dit weet, weet je ook waar geen bomen en ander groen staat. Deze informatie is voor ons als adviesbureau op groengebied minder interessant, maar voor Stichting Steenbreek des te interessanter.’

Nauwkeurig
In een oogopslag is te zien hoe groen of versteend de tuinen op een bepaalde locatie in een gemeente zijn. Verhagen: ‘Gemeenten die aangesloten zijn bij Steenbreek hebben toegang tot deze kaart. Zij zien hiermee letterlijk hoe het is gesteld met de verharding in de tuinen. Op de kaart (zie screenshot 1, red.) zie je bijvoorbeeld dat wijk 01 in Rheden voor 70 procent is versteend. Het gaat hier om 1121 hectare oppervlakte tuinen. Daarvan is 336 hectare groen en 785 hectare steen. Een gemeente kan daar met haar inwoners met Steenbreekacties aan de slag om het tij te keren. Je kunt aan de hand van deze informatie heel doelgericht en efficiënt te werk gaan. Heel nauwkeurig kunnen de effecten van Steenbreekacties in de gaten worden gehouden. Gemeenten die aanhaken bij Steenbreek kunnen hiermee vooraf concreet hun doelen vaststellen en deze na verloop van tijd analyseren.’

Infraroodwaarde
Indien een gemeente nog meer informatie wil hebben over hoe het is gesteld met de verstening per tuin, kan contact worden opgenomen met Cobra Groeninzicht. Verhagen: ‘Voor de gemeente Nijmegen hebben we dit in kaart gebracht om daarmee te laten zien hoe gedetailleerd deze kaarten zijn. Zo zie je bijvoorbeeld (zie screenshot 2, red.) in de O. C. Huismanstraat dat meerdere tuinen voor 95 procent versteend zijn.’ Dit is onderbouwde informatie. Judith van Hees (specialist geografische informatiesystemen en stedenbouwkundige bij Cobra Groeninzicht) die deze kaarten heeft ontwikkeld, licht dit nader toe: ‘We brengen de tuinen in beeld door de percelen met een woonfunctie te selecteren waaruit we vervolgens alle bebouwing knippen. Op deze manier houden we de voor- en achtertuinen over. Om de verstening te berekenen maken we gebruik van satellietbeelden en stereoluchtfoto’s. Aan de hand van de infraroodwaarde bepalen we voor iedere pixel in de tuin of het vegetatie is of niet. We kunnen met deze beelden tot 25 centimeter nauwkeurig berekenen of er groen aanwezig is.’

Kaart bekijken
Via het intranet van Steenbreek kunnen aangesloten leden bij de stichting deze kaart bekijken. Wie geen inlogcode heeft kan deze opvragen via het secretariaat: info@steenbreek.nl.

Screenshot 1. Gemeente Rheden, verstening per wijk

Screenshot 2 Nijmegen, verstening per tuin

Aan het begin van ieder jaar stelt Stichting Steenbreek een gratis fotopakket met 30 foto’s ter beschikking aan haar leden.

Het pakket is breed samengesteld aan de hand van 30 actuele Steenbreek-onderwerpen. Hiermee bouw je in de loop van tijd een eigen collectie op. De onderwerpen zijn gemakkelijk terug te vinden door de bestandsnamen van de foto’s. De foto’s kunnen door de gemeente onbeperkt gebruikt worden.

Foto’s kunnen via het secretariaat worden aangevraagd (alleen voor aangesloten gemeenten, waterschappen en provincies).

tuin in half open zeecontainer

De BAR-gemeenten – een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk – hebben van een halfopen zeecontainer een verplaatsbare pop-up tuin gemaakt, die te leen is.

Hiermee laten zij hun inwoners zien wat een groene tuin te bieden heeft. De tuin kan bijna overal geplaatst worden. En maakt het een stuk gemakkelijker om het gesprek aan te gaan over de effecten van klimaatveranderingen biodiversiteit. Deze kan goed ingezet worden bij bewonersavonden, festivals, markten, risicodialogen, et cetera. Aan het lenen van de tuin zijn geen kostenverbonden. De tuin moet wel met eigen transport (vrachtwagen met haakarm)worden opgehaald en teruggebracht. De tuin is ook voor meerdere dagen aaneengesloten te leen. Interesse? Neem contact op met Edo van Baars (0612000638). Voor meer informatie download hier de flyer.

Maak van je tuin een levende tuin, voor mens en dier. Met deze boodschap trekken tuinvereniging Groei & Bloei, Stichting Steenbreek, Vogelbescherming Nederland, IVN Natuureducatie, AVVN en KNNV, vereniging voor veldbiologie, in 2020 het land in. Iedere partner levert vanuit zijn eigen organisatie een bijdrage door het organiseren van groene activiteiten, die gebundeld zijn in een gezamenlijke jaarkalender.

Het doel van de organisaties is om van iedere tuin in Nederland een levende tuin te maken. Frank Naber, voorzitter van Groei & Bloei: ‘Door het bundelen van onze krachten werken we  aan een groener Nederland. Deze jaarkalender is ook levend: we zijn gestart met een aantal activiteiten en in de loop van het jaar zal de kalender uitgroeien tot een mooi overzicht van activiteiten in heel Nederland.’

Biodiversiteit
In een levende tuin kun je de natuur zien, voelen, horen, ruiken en proeven. Een belangrijk onderdeel van een levende tuin is de biodiversiteit: een grote verscheidenheid aan soorten dieren en planten die met elkaar zorgen voor een balans in de natuur. Door het gebruik van groen en natuurlijke materialen ontstaat een prettige omgeving. Niet alleen voor de mens, maar ook voor vogels, vlinders en andere dieren en insecten. Wout Veldstra, voorzitter van Stichting Steenbreek:  ‘Steenbreek is vijf jaar geleden ontstaan uit zorg over de afname van de biodiversiteit in de tuinen. We werken aan de bewustwording bij inwoners en ondernemers, maar ook concreet door de realisatie van meer groen in de tuinen. De samenwerking en acties met deze organisaties is daar een belangrijk onderdeel van.’

Activiteiten
Op de jaarkalender staan onder andere de Nationale Vogeltelling van 24 t/m 26 januari en minicursussen ‘Tuinvogels herkennen’. Op 18 maart is de Nationale Boomfeestdag in de gemeente Alphen aan den Rijn en de KinderKlimaatTop. Op 26 maart staat de Inspiratiedag van Stichting Steenbreek op het programma, waar het thema ‘Samen voor meer groen in de buurt’ centraal staat. Groei & Bloei organiseert op 28 maart de actie ‘Tegel eruit, Plant erin’ met Intratuin en van 13 t/m 21 juni staat de Groei & Bloei Nationale Tuinweek in de agenda, waarin de eetbare tuin centraal staat.

Kijk voor een overzicht van alle activiteiten op www.steenbreek.nl/jaarkalender-2020 

De ondertekenaars van het manifest De Levende Tuin, de organisaties die dit concept ondersteunen, worden uitgenodigd om mee te gaan doen. Voor meer informatie ga naar: www.delevendetuin.nl

Foto: Sjon.nl

Actieplan Bos & Hout heeft de ambitie om samen met provincies en gemeenten nieuw bos te realiseren.

Ruimte is echter schaars en er komen verschillende opgaven op het landelijk gebied af. De duurzame transformatie van de agrarische sector, inrichtingsvraagstukken rondom klimaatadaptatie én de toenemende vraag naar betaalbaar wonen in het groen, vormen hiermee bouwstenen voor een interessante denkrichting. Wat als er (agrarische) natuur wordt gerealiseerd op landbouwgrond met als economische motor het (in beperkte mate) toestaan van tiny houses?

Veel agrariërs hebben het niet gemakkelijk. Landelijk gezien leeft 25 procent van de agrariërs onder de armoedegrens en 25 procent denkt er aan binnen tien jaar te stoppen vanwege gebrek aan opvolging. Daarnaast ligt er een toenemende druk op agrariërs vanwege de impact van landbouwactiviteiten op onder andere biodiversiteit, het klimaat en het landschap. Het is om deze reden dat de nationale overheid, provincies en gemeenten ambities formuleren voor een transitie naar een duurzamer en economisch rendabeler buitengebied. Hierbij staan nieuwe verdienmodellen centraal die zorgen voor een betere boterham voor de boer waar de omgeving van meeprofiteert. De ontwikkelingen rondom het stikstofdossier versterken de urgentie van deze zoektocht alleen maar.

Woningvoorraad
Ook zal de komende jaren de woningvoorraad aanzienlijk uitgebreid moeten worden. Niet alleen is er vraag naar meer woningen, ook zijn er steeds meer doelgroepen met hun eigen woonwensen. Zo is er een toenemende behoefte aan tiny houses en andere vormen van kleinschalige bewoning die een lage ecologische voetafdruk hebben. Tiny houses zijn immers vaak gemaakt van duurzame materialen, gebruiken weinig energie en zijn vaak zelfvoorzienend door middel van wateropvang en zonnepanelen. Dit lijkt vooral jongere generaties aan te trekken – een interessant gegeven voor dorpskernen waar een duidelijke vergrijzing plaatsvindt. Want hoewel het aandeel eenpersoonshuishoudens groot is in Nederland, bestaan er tegelijkertijd relatief weinig woningen voor deze groep. Aspirant tiny house-bewoners hebben bovendien vaak de wens om in een natuurlijke omgeving te kunnen wonen. In bestaande natuurgebieden mogen deze woningen niet worden geplaatst, daarom ligt er een mooie kans om nieuw bos te realiseren rondom tiny houses.

Aspirant bewoners hebben vaak de wens om in een natuurlijke omgeving te wonen

Nederland wil volgens het Klimaatakkoord de komende jaren grote stappen zetten op het gebied van klimaatbeleid. Nieuw bos draagt bij aan de klimaatdoelstellingen; de aanplant van nieuw bos is een uitstekende manier om bovengronds CO2 op te slaan. Daarnaast zorgen bomen voor een schonere lucht, ze houden water vast, hout kan worden gebruikt voor biobased bouwen en de aanplant van meer bos bevordert de toename van biodiversiteit. Daarom hebben provincies en gemeenten in het kader van het Natuurpact als doel gesteld om vóór 2027 in totaal 52.000 hectare nieuwe natuur te realiseren.

Testlab
Al deze opgaven hebben geleid tot het ‘Testlab Nieuw Bos en Tiny Houses’, mede gefinancierd door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), waarin het Instituut voor Maatschappelijke Innovatie en De Natuurverdubbelaars samen met partners Staatsbosbeheer en Tiny Houses Nederland de handen ineen hebben geslagen. In het testlab worden samen met deelnemende gemeenten, zoals Wageningen en provincies, zoals Overijssel, de mogelijkheden verkend en uitgewerkt om nieuw bos te ontwikkelen bij grondeigenaren met tiny houses als onderliggend verdienmodel. Binnen het testlab lopen er twee parallelle trajecten: een quickscan per deelnemende gemeente of provincie en een landelijke Community of Practice met alle deelnemende partijen. Binnen de quickscan ligt de focus op drie onderdelen: locaties, businesscase en regelgeving. Naar behoefte is er ook aandacht voor communicatie, ecologie en klimaatgunstige beplanting, ontwikkeling van tiny houses en politiek en maatschappelijk draagvlak. In de quickscan wordt in een aantal bijeenkomsten met interne en externe stakeholders de haalbaarheid van deze deelvragen van het project onderzocht.

Door ruimte voor tiny houses te verhuren ontstaat een businesscase voor erfeigenaren

De landelijke Community of Practice bestaat uit een aantal informatieve bijeenkomsten waarbij verschillende gemeenten en provincies samenkomen om gezamenlijk lastige vraagstukken op te lossen, zoals vragen omtrent regelgeving en de nieuwe Omgevingswet. De landelijke bijeenkomsten zijn tot nu toe altijd druk bezocht, zowel door ambtenaren en bestuurders van gemeenten en provincies, als door initiatiefnemers die graag in een tiny houses zouden willen wonen. De opkomst laat zien dat de interesse en de wil aanwezig zijn. Nu is het aan de provincies en gemeenten om in beweging te komen, randvoorwaarden te stellen en de verkenning aan te gaan. Provincie Overijssel en verschillende gemeenten zijn koplopers die al aan het testlab deelnemen.

Nieuw verdienmodel
Deze nieuwe combinatie van natuur en tiny houses kunnen concurrerend zijn met opbrengsten vanuit agrarisch gebruik. Onderstaande tabel toont een versimpelde businesscase voor zowel bestaande grondeigenaren als voor wanneer de grond nog moet worden aangekocht.

Tabel 2 laat zien dat onder een aantal realistische aannames de terugverdientijd voor tiny houses in combinatie met natuur op zes jaar ligt. Wanneer er grond moet worden aangekocht, ligt dit op veertien jaar, met drie tiny houses per hectare. De grond is dan volledig terugverdiend, hoewel deze natuurlijk ook een waarde behoudt. Uiteraard kunnen de berekeningen worden verrijkt met kosten voor infrastructuur, afwijkende grondprijzen, leegstand, aanloopkosten beheer en eventuele subsidie Kwaliteitsimpuls natuur en landschap (SKNL). Door ruimte voor tiny houses te verhuren ontstaat er een businesscase voor erfeigenaren die in het geval van eigen grond in zes jaar break-even kan zijn waarmee bovendien een verrijking van het landschap is gefinancierd.

Actie
In vrijwel elke gemeente van Nederland is er vanuit inwoners vraag naar tiny houses in een natuurrijke omgeving (Tiny House Nederland, 2018). En deze vraag wordt alleen maar groter. Tiny houses in combinatie met natuur kunnen een puzzelstukje zijn in de verbinding stad-platteland en voor veel inwoners een nieuw perspectief bieden; zowel aan de aanbod- als de vraagzijde van tiny houses. Daarnaast levert de gerealiseerde natuur een forse bijdrage aan natuur- en klimaatdoelen en draagt daarnaast bij aan biodiversiteit, recreatie, filteren van fijnstof en reductie van hittestress.

Over tiny houses in natuur
Vanuit landelijke wetgeving en vanuit het bestemmingsplan kunnen er obstakels liggen voor tiny houses in de natuur. Er mag immers niet zomaar gebouwd worden op gronden die een agrarische of natuurbestemming hebben. Het testlab ondersteunt gemeente- en provincieambtenaren in het identificeren van relevante regelgeving en het zoeken naar de mogelijkheden binnen de regels om toch aan de slag te kunnen. Met voldoende bestuurlijk draagvlak is immers veel mogelijk. De eerste resultaten bij deelnemende provincies en gemeenten laten zien dat er inderdaad volop kansen liggen. Meer informatie vindt u hier.

Door Daan Groot (De Natuurverdubbelaars) en Guido Enthoven (Instituut Maatschappelijke Innovatie). Dit artikel verscheen eerder in vakblad Groen. Groen biedt professionele en actuele artikelen over groen en natuur voor mensen in de stad en in het landschap.  Beeld: Lena van der Wal en De Natuurverdubbelaars