Bij klimaatverandering leggen we er meestal de nadruk op dat het gemiddeld warmer zal worden, omdat er meer CO2 in de lucht zit. Dat klopt, maar in de afgelopen jaren hebben we zelf al ondervonden dat er voor het weer in Nederland ook andere consequenties zijn. Dit heeft weer gevolgen voor de keuze van ons plantenassortiment in de openbare ruimte en tuin. De vraag is dan ook, wat wordt nu de ideale beplanting?

Download hier de folder ‘Ideale toekomstbestendige beplanting is biodivers’

Minister Cora van Nieuwenhuizen kreeg uit handen van Marieke Harteveld, directeur natuurbescherming van het Wereld Natuur Fonds, afgelopen donderdag de maquette ‘Ruimte voor Levende Rivieren’ aangeboden. Deze maquette maakt het visueel inzichtelijk wat daarmee wordt bedoeld.

Grootschalige natuurontwikkeling langs de rivieren helpt voorkomen dat de binnenvaart bij frequentere droogteperiodes letterlijk vastloopt. Door kribben en indijking stromen Nederlandse rivieren zo snel dat de bodem geleidelijk uitslijt. Schepen dreigen daardoor bij laag water op harde delen te stuiten, zoals kabels en betonranden. Het natuurlijker inrichten van de rivieren met nevengeulen en periodiek overstromende uiterwaarden vertraagt de stroming en voorkomt dat de rivierbedding verder uitslijt.

ExpositieRent
De maquette ‘Ruimte voor Levende Rivieren’ is gemaakt door ExpositieRent uit Angeren, een organisatie die interactieve milieu- en natuurtentoonstellingen maakt voor onder meer natuur- en milieueducatiecentra, gemeenten, natuurorganisaties, musea en scholen. Om het waterbewustzijn te vergroten bij een brede doelgroep verhuurt Expositierent drie tentoonstellingen over water. Dit zijn: Waterwerkers, Waterdicht! en Vijver vol geheimen. Waterwerkers stond recentelijk in MEC Roosendaal en Waterdicht! is tot en met maart 2020 te bekijken in het Informatiecentrum de Grevelingen van Staatsbosbeheer. Voor meer informatie zie www.expositierent.nl. ExpositieRent is recent als partner bij Stichting Steenbreek aangesloten.

Minister Cora van Nieuwenhuizen (links) kreeg uit handen van Marieke Harteveld van Wereld Natuur Fonds de maquette ‘Ruimte voor Levende Rivieren’ aangeboden.
Beeld: Fred Ernst

Biodiversiteit is een zeer actueel thema. Met name berichten dat insectensoorten uitsterven ‘scoren’ goed in de media. Over bodembiodiversiteit hoor je veel minder. Maar als het in de grond niet goed gaat, gaat het boven de grond ook niet goed. Volgens Dirk-Siert Schoonman van de Unie van Waterschappen komt de vitale bodem de komende jaren hoog op de agenda te staan. Werken aan bodembiodiversiteit is volgens hem een gezamenlijke uitdaging voor waterschappen, provincies, gemeenten, natuurbeheerders en agrariërs.

Bodemdiversiteit is simpel gezegd alles wat leeft en groeit in de grond: van schimmels en bacteriën tot regenwormen en aaltjes. Het aantal organismen en de hoeveelheid bodemleven verschillen per grondsoort en grondgebruik. Wat als het slecht gesteld is met de bodembiodiversiteit? ‘De bodem moet zo luchtig mogelijk zijn, zo veel mogelijk in staat zijn om groei aan de bovenkant plaats te laten vinden en om water te absorberen. Als de bodem slecht functioneert zal groei van gewassen achteruitgaan. Als de grond luchtiger is kan makkelijker wortelgroei plaatsvinden en meer wortels in de grond betekent meer gewasopbrengst boven de grond’, zegt Dirk-Siert Schoonman, lid van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen. ‘Belangrijk is ook het adaptieve vermogen van de grond, dus het bufferen en infiltreren van water. De problemen van wateroverlast en droogte zijn deels via de bodem op te lossen.’

Organische stoffen
Schoonman legt uit dat als de bodembiodiversiteit omhooggaat ook het gehalte van organische stoffen stijgt. ‘Organische stof buffert vermogen; een verhoging van 1 procent organische stof levert een bufferend vermogen op van zes à zeven millimeter regen. Dat betekent dat bij piekbuien er zes à zeven millimeter water minder afstroomt en dat is best substantieel. Het oppervlaktewater krijgt daardoor minder toevoer, dus minder wateroverlast. Je houdt daarnaast het water in het gebied vast en dat is gunstig, bijvoorbeeld bij droge zomers zoals we die in 2018 en 2019 hebben gehad.’

Bodemkwaliteit
Schoonman kan niet ontkennen dat bodembiodiversiteit onderbelicht wordt in de discussie over biodiversiteit. ‘De hele discussie is meestal aangezwengeld door het insectenleven, zoals de bijensterfte. Vaak praten we bij biodiversiteit vanuit de beleving van de natuur, de beleving van het platteland. Het leven in de bodem is minder tastbaar, minder zichtbaar; ik kan me voorstellen dat de discussie begint bij het zichtbare. Dat is toch altijd in balans met het onzichtbare. Als je aan de bovenkant gaat werken, gaat dat ook een bijdrage leveren aan de onderkant en vice versa.’

Speerpunten
Voor de waterschappen is bodemkwaliteit een van de speerpunten van beleid en dat heeft een directe relatie met bodemdiversiteit want dat is een maatregel die de kwaliteit kan verbeteren. ‘Het verbeteren van de bodem kan een bijdrage leveren aan het voorkomen van wateroverlast en droogte en het verbeteren van de waterkwaliteit. Als de bodem beter functioneert, groeien de gewassen beter en spoelen nutriënten minder uit of af. De nutriëntenbalans is dan beter op orde. Er zitten dus meer belangen in voor de Unie van Waterschappen om met die bodem aan de slag te gaan.’

Stimuleren
Schoonman geeft aan dat dat niet altijd makkelijk is. ‘Wij hebben slechts twee procent van het totale oppervlakte van het landelijk gebied in bezit. Dat zijn vooral watergangen. Als we het hebben over maatregelen om de bodemkwaliteit te verbeteren, praten wij dus voornamelijk over andermans grond en bodem. Dus wij proberen vooral te stimuleren door het gesprek aan te gaan en via Deltaplan agrarisch water samen met de agrarische sector projecten in te richten waar beide partijen voordeel bij hebben. Daarnaast vragen wij bij terreinbeherende organisaties vaak om te vernatten om te kijken hoe je ervoor kunt zorgen dat het water in een gebied blijft hangen. Dus met die verschillende partners gezamenlijk optrekken omdat we een gezamenlijk belang hebben om maatregelen te treffen.’ De waterschappen hebben volgens Schoonman bijna dagelijks overleg met partners, zoals terreinbeherende organisaties als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, en uit de agrarische sector als LTO.

Mozaïekbeheer
Een van de projecten is zogenaamd mozaïekbeheer bij Waterschap Vallei en Veluwe om de biodiversiteit te verhogen. Dat wil zeggen dat niet alles in een keer meerdere malen per jaar wordt gemaaid, maar geprobeerd worden planten te laten groeien waardoor het insectenleven versterkt wordt. ‘Het slootmaaisel proberen we nu af te zetten bij de agrarische sector om te gebruiken als bodemverbeteraar, in plaats van af te voeren naar een composteringsbedrijf.’ Tijdens de Nationale Groendag op 14 november hield Marinus van Dijk van Waterschap Vallei en Veluwe een workshop over bodembiodiversiteit.

Flexibiliteit
Als “tip” voor overheden geeft Schoonman flexibiliteit aan. ‘We zijn de afgelopen jaren heel erg risicogestuurd bezig geweest als het gaat om maaibeheer langs snelwegen, provinciale en gemeentelijke wegen en watergangen. We moeten kijken of we dat flexibeler kunnen inzetten met uiteraard nog wel oog voor risico’s. Er is bijvoorbeeld heel veel angst geweest voor het uitzaaien van onkruiden van de grote wegen naar het achterliggende land. Kun je nu in het maaibeleid daar rekening mee houden door bijvoorbeeld eerder te maaien en op andere plekken, waar planten bloeien, langer te wachten? Dat vraagt enorm veel flexibiliteit, maar met de huidige techniek is er wel heel veel mogelijk. Bijvoorbeeld met gps-gestuurde machines waar je haarfijn kunt aangeven waar welk beheer nodig is. Een ander voorbeeld is minder gazon en meer bloemenrijke uitdagingen. Zoals wij op de dijken, waar dat mogelijk is, kruidenrijke mengsels inzaaien, zouden provincie of gemeenten dat ook kunnen doen, voor zover dat nog niet gebeurt. Het is belangrijk dat we van elkaar leren zodat we niet allemaal dezelfde fouten maken.’

Bodembiodiversiteit staat de komende jaren hoog op de agenda zegt Schoonman. Hij noemt daarbij het Nationaal Programma Landbouwbodems waarin minister Schouten pleit voor kringlooplandbouw. ‘Als Unie van Waterschappen proberen wij kennis en kunde over de bodem over te brengen aan degenen die daadwerkelijk met die bodem aan de slag willen. We hebben in Nederland verschillende soorten grond, zoals veenweide, zand en klei, waarbij de bodem verschillend functioneert; die kennis moet bij elkaar gebracht worden omdat niet overal dezelfde maatregelen hetzelfde effect hebben.’

Bron: Vakblad Groen
Tekst: Hans Bouwman
Beeld: Fotostudio 7