Operatie Steenbreek Nijmegen behaalde  ook het tweede campagnejaar haar doelstelling: er zijn 119.000 tegels verwijderd uit de openbare ruimte, schoolpleinen en particuliere tuinen. Onder het motto ‘Stenen eruit, Groen erin!’, werkt De Bastei met haar campagne Operatie Steenbreek aan het groener maken van de stad.

Op 19 maart 2019 ging Operatie Steenbreek voor dit jaar van start; met de ontstenings- en vergroeningsactie op schoolplein de Luithorst in Lindenholt. Die actie zette meteen zoden aan de dijk: 8000 tegels maakten plaats voor 1500 bomen en struiken. Een paar dagen later was alweer de volgende actie: de opening van het vernieuwde en groene Daniëlsplein waar maar liefst 22.000 tegels plaatsmaakten voor groen. Operatie Steenbreek was aanwezig met plantjes om inwoners te stimuleren ook in hun eigen tuin aan de slag te gaan. De ambitie om 100.000 tegels uit de grond te halen werd ook dit jaar gehaald. De teller stond per 15 december op bijna 119.000 stenen, waarvan ruim 29.000 bij particulieren.

Gratis tuintegels ophalen, tuinadvies, Pijpenkappuh
In samenwerking met zorgboerderij Onder de Bomen werden opnieuw tuintegels bij particulieren opgehaald. 73 huishoudens maakten hiervan gebruik. Om het ontstenen van tuinen te stimuleren konden 25 huishoudens gratis tuinadvies krijgen van een professionele tuinontwerper. 23 tuinen werden aan de hand van dit advies omgetoverd in een sfeervolle groene tuin. In Neerbosch-Oost zijn met behulp van de actie Pijpenkappuh 23 regenpijpen afgekoppeld. Een mooi pilotproject van Operatie Steenbreek.

De wijken in
Het campagneteam was bij verschillende wijkactiviteiten aanwezig om het verhaal te vertellen achter de campagne en om plantjes of bloembolletjes uit te delen. De ene keer werd met enthousiasme gereageerd en kenden de mensen de campagne. In andere wijken had het verhaal over nut, noodzaak en plezier van een groene stad wat meer toelichting nodig. Juist met de hoge temperaturen van afgelopen zomer is groen in de wijk belangrijk: bomen werken als gratis airco’s en dat is wel zo aangenaam. Uit het stadspanelonderzoek blijkt dat 73% van de stadspanelleden de campagne kennen.

Grote én kleine acties
De kracht van Operatie Steenbreek is het communiceren over grote én kleine (vergroenings- en afkoppel)acties die plaatsvinden. Of het nu gaat om de 23.000 tegels die zijn verwijderd om het Maasplein te vergroenen of om de 67 tegels die in de Pijkestraat zijn weggehaald om geveltuintjes aan te leggen: het campagneteam omarmt het allemaal. Juist de kleine acties komen dikwijls voort uit initiatieven van bewoners zelf en dat is goed – en hopelijk inspirerend – om te laten zien. Zo kan iedereen bijdragen aan een groene stad.

Op naar 2020
In 2020 gaat Operatie Steenbreek Nijmegen verder met ‘stenen breken’. De ambitie is om opnieuw 100.000 tegels te verwijderen waarvan minimaal 15.000 tegels bij particulieren. Het gratis tuinadvies wordt in 2020 voortgezet. En Onder de Bomen haalt ook in 2020 gratis tuintegels op bij bewoners. De actie Pijpenkappuh wordt in 2020 herhaald. Nieuw in 2020 is de actie ‘Bomen met je buren’. Wanneer mensen in hun buurt bomen willen planten, dan faciliteert de gemeente dat. Houd de website www.steenbreeknijmegen.nl in de gaten voor meer informatie.

De gemeente Ede neemt een aantal extra maatregelen om op korte termijn het herstel van biodiversiteit te bevorderen. Dat heeft het college van B en W besloten. De maatregelen, onder meer het inrichten van een mierenreservaat op de Bennekomse heide, zijn onderdeel van de Edese aanpak van de stikstofproblematiek.

Op de Bennekomse heide wordt een mierenreservaat ingericht. De heide is een hotspot voor biodiversiteit en kent ook een aantal bijzondere mierensoorten die met een goede inrichting en het wegwerken van achterstallig onderhoud beter beschermd worden. In Harskamp gaat de gemeente een burgerinitiatief om bijenstallen op het RWZI terrein te plaatsen snel verder helpen. Hierdoor kan een oase voor allerlei dieren ontstaan zoals bijen, vlinders en vogels. Daarnaast houdt de gemeente extra opschoonacties in het gebied Vlinderdas en wordt extra geïnvesteerd in het Prunus-vrij houden van bosgebieden. Met de set maatregelen is 100.000 euro gemoeid.

Biodiversiteit
Het herstel van de biodiversiteit begint vaak bij de bodem als basis van het natuurlijke systeem. Daarom wordt vanuit het programma Biodiversiteit gewerkt aan de voorbereidingen voor het opheffen van bodemverzuring in enkele belangrijke Edese natuurgebieden. Dit is een lange-termijnoplossing. De maatregelen die het college nu neemt zijn meer gericht op het algehele verbetering van de natuurkwaliteit op korte termijn. Wethouder Willemien Vreugdenhil: ‘Biodiversiteit is een mooi, maar ook complex onderwerp. Het gaat over alle levende dieren en planten, hun systemen en hoe die op elkaar inwerken. De maatregelen die we nu nemen zijn op het oog klein, maar leveren al snel een bijdrage aan de instandhouding van de soortenrijkdom in onze gemeente.’

Stikstofproblematiek
De herstelmaatregelen maken onderdeel uit van de Edese aanpak van de stikstofproblematiek. Doordat er jarenlang te veel stikstof in de natuur terecht is gekomen, is de biodiversiteit enorm verslechterd. De gemeente Ede werkt daarom niet alleen aan maatregelen om de bouw op gang te kunnen houden, maar zoekt juist ook oplossingen in samenhang met thema’s als klimaatadaptatie, energietransitie en de achteruitgang van de biodiversiteit. De maatregelen die zowel op korte als lange termijn gekozen zijn, zorgen samen voor een versterking van de biodiversiteit in brede zin.

Ede wil ook maatregelen nemen om de uitstoot van stikstof te verminderen. De provincie Gelderland werkt hiervoor in nauwe afstemming met alle betrokken gemeenten aan een plan. Naar verwachting wordt over de concrete invulling van deze plannen begin 2020 meer bekend.

Steenbreek
Ede is aangesloten bij Stichting Steenbreek www.ede.nl/in-de-gemeente-ede/ede-in-ontwikkeling/operatie-steenbreek/

Bron:
Gemeente Ede

Auteur en lector Arie Koster heeft dit najaar een nieuwe versie van Plantenvademecum voor wilde bijen, vlinders & biodiversiteit in tuinen gepubliceerd. Het boek geeft informatie over hoe de biodiversiteit versterkt kan worden door beplanting en beheersmaatregelen. De doelgroep waarvoor dit boek is geschreven zijn studenten aan groenopleidingen, hoveniersbedrijven, adviesbureaus, milieuorganisaties en tuinbezitters.

In het boek staan onder meer de basisprincipes voor ecologisch beheer centraal. Ook wordt ruim aandacht besteed aan het plantenassortiment, ingedeeld op families zoals de Kamperfoeliefamilie en Anjerfamilie. Koster: ‘Ik heb bewust voor deze indeling gekozen, omdat deze kennis over de plantenfamilies vaak niet meer bekend is, terwijl er een belangrijke relatie is tussen deze planten. Zo worden bijvoorbeeld de meeste plantensoorten van het geslacht Campanula door wilde bijen bezocht die van stuifmeel van deze soorten afhankelijk zijn of daar een duidelijk voorkeur voor hebben. Dit soort kennis is veelal weggeëbd. In mijn ogen belangrijke informatie voor een ieder die de biodiversiteit wil versterken.’

Koster schreef in 1992 de eerste plantenvademecum die na zes herdrukken in 2007 is geactualiseerd. Mede op verzoek van het Wellantcollege is nu deze herziene uitgave verschenen.   

De verslagen van de workshops van de Nationale Groendag van 14 november jl. zijn klaar. Hieruit blijkt een grote rijkdom aan kennis en veel ambitie om Nederland verder te vergroenen.

Zie hieronder de workshop verslagen en hier het verslag van de dag.

Ballast Nedam Development en Vogelbescherming Nederland slaan de handen ineen. Samen gaan  ze aan de slag om vogels en natuur een plek in de stad te geven. Door gezamenlijk in de nieuwbouwwijk Berkelbosch in Eindhoven een vogelvriendelijke omgeving te creëren, krijgen vogels hier alle kans om te leven. Ook de nieuwe bewoners worden hierbij betrokken. Afgelopen vrijdag werden de eerste zogenaamde ‘Vogeldozen’ uitgedeeld, vol met spullen en tips voor de bewoners om zelf van hun tuin een ideale plek voor vogels te maken.

Ballast Nedam Development en Vogelbescherming Nederland hebben de handen ineen geslagen om vogels en natuur een plek in de stad te geven. De wijk Berckelbosch is hier een voorbeeld van. Duurzaamheid en prettig wonen in het groen staat in deze wijk centraal. Daarbij hoort ook ruimte voor vogels, vleermuizen en andere natuur vinden Ballast Nedam Development en Vogelbescherming.

Aandacht voor vogels en vleermuizen
Ballast Nedam Development heeft in Berkelbosch energieneutrale woningen ontwikkeld, waarbij naast energiezuinige woningen ook extra aandacht besteed is aan natuurinclusief bouwen. Zo zijn er nestkasten voor in het gebied voorkomende vogels en verblijfskasten voor vleermuizen ingebouwd. Dat is goed voor vogels die in en om deze gebouwen leven, maar ook zeker voor de bewoners van de woningen zelf. Gierzwaluwen en vleermuizen vangen duizenden muggen per dag of nacht en zorgen daarmee voor een goede natuurlijke balans en nog prettigere woonomgeving. Vogels in de tuin, dat wil toch iedereen?

Eerste vogeldozen uitgereikt
In totaal zal de wijk Berkelbosch uit ruim 1000 woningen bestaan. Afgelopen vrijdag was de officiële handeling van het nieuwe deelproject Bach in Berkelbosch, waarbij de nieuwe bewoners kennis maakten en elkaar. Daarbij stond een rondleiding door hun toekomstige straten op het programma en ontvingen de bewoners informatie wat ze zelf kunnen doen om hun omgeving natuurvriendelijk in te richten. Ook hebben de nieuwste bewoners van de huurwoningen van Bercklebosch een zogenaamde Vogeldoos ontvangen, vol met tips, adviezen, voer en nestkast om zelf aan de slag te gaan. Middels een enquête houden Vogelbescherming en Ballast Nedam Development bij hoe dit proces bij de bewoners verloopt.

Ondanks het natte najaar gaan de regenwormen net niet aan kop in de Bodemdieren Top 3 van Nederlandse Tuinen. De pissebedden hebben het namelijk weer voor elkaar: zij zijn in de meeste tuinen (maar liefst 91%) gescoord. Bijna 1000 waarnemers verspreid over het land ontdekten tijdens de Bodemdierendagen 2019 zo’n 7900 ‘bodemschatjes’. Verder hebben honderden mensen hun bodemdieren getrakteerd op een ‘bodemdierensnack’.

Een gezonde bodem vol leven is overal onmisbaar, maar dat krijgt vaak geen aandacht. Vandaag wel, met de bekendmaking van de resultaten van het citizen science-onderzoek van de 5e editie van de Bodemdierendagen. Hoofdonderzoeker Gerard Korthals: “Na vijf jaar is het duidelijk, dat tuinen en parken een belangrijke oase voor de algemene bodemdieren in de stad kunnen vormen. En zelfs balkons. Als je ze bodemdiervriendelijk onderhoudt.”

Hoe gaat het met dat waardevolle bodemleven in stad en dorp? Onderzoekers onder leiding van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en het Centrum voor Bodemecologie vullen deze missende kennis ieder jaar aan in de periode rond dierendag. Hierbij de resultaten voor 2019:

Wie aan kop?
In de Bodemdieren Top 3 van 2019 staan de pissebedden weer op 1. Maar de pissebed heerst niet overal: hij verliest het van de regenworm in de groene tuin en op het schoolplein. En in bestrate tuinen komt de spin langszij.

De 2e plaats wordt dit jaar gedeeld door de spinachtigen en de regenwormen, die allebei in 87% van de deelnemende tuinen gesignaleerd zijn. En op plaats 3 vinden we nu de huisjesslakken, die zich hersteld hebben sinds hun plek 5 in het gortdroge 2018.

Tijdens de natte Bodemdierendagen van 2019 zagen we opvallend minder vaak mieren in de (half)groene tuinen. In nog geen 60% van de tuinen werden mieren gerapporteerd. Zij deden het in het warme, droge 2018 juist heel goed: toen waren ze nog volop actief in de herfst. Duizendpoten bleken ook niet overal makkelijk te vinden, maar de wat zeldzamere miljoenpoten juist weer meer. En dat is een goed teken.

Beestenweer
Het natte weer tijdens de Bodemdierendagen 2019 was een uitdaging voor de waarnemers, maar de bodemdieren konden het beestenweer meestal wel waarderen. Met ongeveer 43 gevonden dieren per tuin lag dit aantal hoger dan gemiddeld over de afgelopen vijf jaar (37,5 dieren per tuin).

Veel mensen gaan tijdens de Bodemdierendagen enthousiast op zoek naar bodemdieren in hun eigen omgeving. In de tuin of het park, op het schoolplein of het balkon. Een deel van hen helpt ook mee met het onderzoeksdeel. In totaal meldden dit jaar 944 waarnemers de resultaten van 185 tuinen verspreid over Nederland.

Cijfer eigen tuin
Alle deelnemers krijgen via een rapportcijfer inzicht in de ‘bodemdiervriendelijkheid’ van hun eigen tuin. Daar bleek veel variatie in te zitten. Daarnaast zijn er algemene rapportcijfers voor de verschillende typen tuinen. Die geven aan wat de potentie is, en die is hoog met een 8,8 gemiddeld voor de deelnemende tuinen. Dat wordt dus lang niet in elke tuin gehaald, maar het geeft wel de kansen aan. Met gerichte tips kan het eigen cijfer stijgen. Groene tuinen en Tiny Forests hebben de grootste potentie met een 9,2.

Jubileum
Wat kunnen we nu al opmaken uit de gegevens van vijf jaar Bodemdierendagen? Korthals en collega-bodemonderzoeker Ron de Goede concluderen: “Groene en half-groene tuinen en ook park & plantsoen zijn een eldorado voor met name regenwormen, huisjesslakken, spinachtigen en pissebedden.” In meer dan 80% van zulke tuinen komen deze groepen bodemdieren voor. “En in die 5 jaar tijd zijn er in totaal 35.500 bodemschatjes gescoord.”

“Verder heeft het weer een grote invloed op het succes en de activiteit van bodemdieren.” In het natte 2017 grepen de spinachtigen bijvoorbeeld de macht, terwijl er in het hete droge 2018 veel pissebedden en weer weinig naaktslakken waren. “Vooral in de zeer droge jaren is het tuintype en het soort onderhoud van groot belang voor de overleving van bodemdieren in de stad.”

Wat doe je terug?
Speciaal voor deze jubileumeditie verscheen Ondersteboven, een boekje boordevol bodembeesten. Met voorop de fluweelmijt als ‘feestbeest’ en als voorbeeld van een bijzondere onbekende buur. Veel mensen vroegen het boekje al aan, en dat kan nog steeds. Het enige wat je daarvoor hoeft te doen, is te vertellen wat je terug doet voor de bodemdieren. Want wie kan van herfstbladeren weer voedsel voor de planten van volgend jaar maken? Wie helpt ziekteverwekkers in de bodem te bestrijden en het water te zuiveren? Bodemdieren zijn erg nuttig voor ons.

De twee meest gekozen ‘wederdiensten’ voor bodemdieren zijn tot nu toe:
1) Trakteren op een bodemdierensnack: afgevallen blaadjes laten liggen, ook als schuilplaats
2) Geen chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest gebruiken
Dus geen bladblazers die overuren draaien. En 1 op de 4 mensen droeg zelf nieuwe opties aan, zoals kinderen bodemdieren laten ontdekken en de tuin niet winterklaar maken.

In 2020 ook meedoen? Dat kan tussen 25 september en 7 oktober.

Wereldwijd raken bossen steeds meer versnipperd door bijvoorbeeld infrastructuur en bebouwing. Onderzoek toonde aan dat die fragmentatie slecht is voor de biodiversiteit. Volgens een nieuwe studie, gepubliceerd in British Ecological Society, hebben kleine bossen echter ook potentieel. Ze halen bijvoorbeeld in verhouding meer broeikasgassen uit de atmosfeer dan grote bossen.

Wetenschappers van de Universiteit Gent onderzochten 224 bossen in diverse Europese landen met meer of mindere mate van versnippering. Ze keken onder meer naar de omvang van het gebied, de bodem en de aanwezigheid van planten, schimmels en ongewervelden. Anders dan ze dachten, namelijk dat een groter bosoppervlakte staat voor meer biodiversiteit en daarmee meer ecosysteemdiensten, bleek dat kleine bossen – tot een paar hectare groot – méér ecosysteemdiensten leveren dan grote bossen.

Bron:
Stadszaken.nl

Bij klimaatverandering leggen we er meestal de nadruk op dat het gemiddeld warmer zal worden, omdat er meer CO2 in de lucht zit. Dat klopt, maar in de afgelopen jaren hebben we zelf al ondervonden dat er voor het weer in Nederland ook andere consequenties zijn. Dit heeft weer gevolgen voor de keuze van ons plantenassortiment in de openbare ruimte en tuin. De vraag is dan ook, wat wordt nu de ideale beplanting?

Download hier de folder ‘Ideale toekomstbestendige beplanting is biodivers’

Minister Cora van Nieuwenhuizen kreeg uit handen van Marieke Harteveld, directeur natuurbescherming van het Wereld Natuur Fonds, afgelopen donderdag de maquette ‘Ruimte voor Levende Rivieren’ aangeboden. Deze maquette maakt het visueel inzichtelijk wat daarmee wordt bedoeld.

Grootschalige natuurontwikkeling langs de rivieren helpt voorkomen dat de binnenvaart bij frequentere droogteperiodes letterlijk vastloopt. Door kribben en indijking stromen Nederlandse rivieren zo snel dat de bodem geleidelijk uitslijt. Schepen dreigen daardoor bij laag water op harde delen te stuiten, zoals kabels en betonranden. Het natuurlijker inrichten van de rivieren met nevengeulen en periodiek overstromende uiterwaarden vertraagt de stroming en voorkomt dat de rivierbedding verder uitslijt.

ExpositieRent
De maquette ‘Ruimte voor Levende Rivieren’ is gemaakt door ExpositieRent uit Angeren, een organisatie die interactieve milieu- en natuurtentoonstellingen maakt voor onder meer natuur- en milieueducatiecentra, gemeenten, natuurorganisaties, musea en scholen. Om het waterbewustzijn te vergroten bij een brede doelgroep verhuurt Expositierent drie tentoonstellingen over water. Dit zijn: Waterwerkers, Waterdicht! en Vijver vol geheimen. Waterwerkers stond recentelijk in MEC Roosendaal en Waterdicht! is tot en met maart 2020 te bekijken in het Informatiecentrum de Grevelingen van Staatsbosbeheer. Voor meer informatie zie www.expositierent.nl. ExpositieRent is recent als partner bij Stichting Steenbreek aangesloten.

Minister Cora van Nieuwenhuizen (links) kreeg uit handen van Marieke Harteveld van Wereld Natuur Fonds de maquette ‘Ruimte voor Levende Rivieren’ aangeboden.
Beeld: Fred Ernst

Biodiversiteit is een zeer actueel thema. Met name berichten dat insectensoorten uitsterven ‘scoren’ goed in de media. Over bodembiodiversiteit hoor je veel minder. Maar als het in de grond niet goed gaat, gaat het boven de grond ook niet goed. Volgens Dirk-Siert Schoonman van de Unie van Waterschappen komt de vitale bodem de komende jaren hoog op de agenda te staan. Werken aan bodembiodiversiteit is volgens hem een gezamenlijke uitdaging voor waterschappen, provincies, gemeenten, natuurbeheerders en agrariërs.

Bodemdiversiteit is simpel gezegd alles wat leeft en groeit in de grond: van schimmels en bacteriën tot regenwormen en aaltjes. Het aantal organismen en de hoeveelheid bodemleven verschillen per grondsoort en grondgebruik. Wat als het slecht gesteld is met de bodembiodiversiteit? ‘De bodem moet zo luchtig mogelijk zijn, zo veel mogelijk in staat zijn om groei aan de bovenkant plaats te laten vinden en om water te absorberen. Als de bodem slecht functioneert zal groei van gewassen achteruitgaan. Als de grond luchtiger is kan makkelijker wortelgroei plaatsvinden en meer wortels in de grond betekent meer gewasopbrengst boven de grond’, zegt Dirk-Siert Schoonman, lid van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen. ‘Belangrijk is ook het adaptieve vermogen van de grond, dus het bufferen en infiltreren van water. De problemen van wateroverlast en droogte zijn deels via de bodem op te lossen.’

Organische stoffen
Schoonman legt uit dat als de bodembiodiversiteit omhooggaat ook het gehalte van organische stoffen stijgt. ‘Organische stof buffert vermogen; een verhoging van 1 procent organische stof levert een bufferend vermogen op van zes à zeven millimeter regen. Dat betekent dat bij piekbuien er zes à zeven millimeter water minder afstroomt en dat is best substantieel. Het oppervlaktewater krijgt daardoor minder toevoer, dus minder wateroverlast. Je houdt daarnaast het water in het gebied vast en dat is gunstig, bijvoorbeeld bij droge zomers zoals we die in 2018 en 2019 hebben gehad.’

Bodemkwaliteit
Schoonman kan niet ontkennen dat bodembiodiversiteit onderbelicht wordt in de discussie over biodiversiteit. ‘De hele discussie is meestal aangezwengeld door het insectenleven, zoals de bijensterfte. Vaak praten we bij biodiversiteit vanuit de beleving van de natuur, de beleving van het platteland. Het leven in de bodem is minder tastbaar, minder zichtbaar; ik kan me voorstellen dat de discussie begint bij het zichtbare. Dat is toch altijd in balans met het onzichtbare. Als je aan de bovenkant gaat werken, gaat dat ook een bijdrage leveren aan de onderkant en vice versa.’

Speerpunten
Voor de waterschappen is bodemkwaliteit een van de speerpunten van beleid en dat heeft een directe relatie met bodemdiversiteit want dat is een maatregel die de kwaliteit kan verbeteren. ‘Het verbeteren van de bodem kan een bijdrage leveren aan het voorkomen van wateroverlast en droogte en het verbeteren van de waterkwaliteit. Als de bodem beter functioneert, groeien de gewassen beter en spoelen nutriënten minder uit of af. De nutriëntenbalans is dan beter op orde. Er zitten dus meer belangen in voor de Unie van Waterschappen om met die bodem aan de slag te gaan.’

Stimuleren
Schoonman geeft aan dat dat niet altijd makkelijk is. ‘Wij hebben slechts twee procent van het totale oppervlakte van het landelijk gebied in bezit. Dat zijn vooral watergangen. Als we het hebben over maatregelen om de bodemkwaliteit te verbeteren, praten wij dus voornamelijk over andermans grond en bodem. Dus wij proberen vooral te stimuleren door het gesprek aan te gaan en via Deltaplan agrarisch water samen met de agrarische sector projecten in te richten waar beide partijen voordeel bij hebben. Daarnaast vragen wij bij terreinbeherende organisaties vaak om te vernatten om te kijken hoe je ervoor kunt zorgen dat het water in een gebied blijft hangen. Dus met die verschillende partners gezamenlijk optrekken omdat we een gezamenlijk belang hebben om maatregelen te treffen.’ De waterschappen hebben volgens Schoonman bijna dagelijks overleg met partners, zoals terreinbeherende organisaties als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, en uit de agrarische sector als LTO.

Mozaïekbeheer
Een van de projecten is zogenaamd mozaïekbeheer bij Waterschap Vallei en Veluwe om de biodiversiteit te verhogen. Dat wil zeggen dat niet alles in een keer meerdere malen per jaar wordt gemaaid, maar geprobeerd worden planten te laten groeien waardoor het insectenleven versterkt wordt. ‘Het slootmaaisel proberen we nu af te zetten bij de agrarische sector om te gebruiken als bodemverbeteraar, in plaats van af te voeren naar een composteringsbedrijf.’ Tijdens de Nationale Groendag op 14 november hield Marinus van Dijk van Waterschap Vallei en Veluwe een workshop over bodembiodiversiteit.

Flexibiliteit
Als “tip” voor overheden geeft Schoonman flexibiliteit aan. ‘We zijn de afgelopen jaren heel erg risicogestuurd bezig geweest als het gaat om maaibeheer langs snelwegen, provinciale en gemeentelijke wegen en watergangen. We moeten kijken of we dat flexibeler kunnen inzetten met uiteraard nog wel oog voor risico’s. Er is bijvoorbeeld heel veel angst geweest voor het uitzaaien van onkruiden van de grote wegen naar het achterliggende land. Kun je nu in het maaibeleid daar rekening mee houden door bijvoorbeeld eerder te maaien en op andere plekken, waar planten bloeien, langer te wachten? Dat vraagt enorm veel flexibiliteit, maar met de huidige techniek is er wel heel veel mogelijk. Bijvoorbeeld met gps-gestuurde machines waar je haarfijn kunt aangeven waar welk beheer nodig is. Een ander voorbeeld is minder gazon en meer bloemenrijke uitdagingen. Zoals wij op de dijken, waar dat mogelijk is, kruidenrijke mengsels inzaaien, zouden provincie of gemeenten dat ook kunnen doen, voor zover dat nog niet gebeurt. Het is belangrijk dat we van elkaar leren zodat we niet allemaal dezelfde fouten maken.’

Bodembiodiversiteit staat de komende jaren hoog op de agenda zegt Schoonman. Hij noemt daarbij het Nationaal Programma Landbouwbodems waarin minister Schouten pleit voor kringlooplandbouw. ‘Als Unie van Waterschappen proberen wij kennis en kunde over de bodem over te brengen aan degenen die daadwerkelijk met die bodem aan de slag willen. We hebben in Nederland verschillende soorten grond, zoals veenweide, zand en klei, waarbij de bodem verschillend functioneert; die kennis moet bij elkaar gebracht worden omdat niet overal dezelfde maatregelen hetzelfde effect hebben.’

Bron: Vakblad Groen
Tekst: Hans Bouwman
Beeld: Fotostudio 7